SELECTIEVE ONTTREKKING IJMUIDEN

Opdrachtgever:
Van Hattum en Blankevoort
Locatie:
Sluizencomplex IJmuiden

Bij het Sluizencomplex IJmuiden voeren we diverse werkzaamheden uit met betrekking tot de bouw van een zoutdam in het Binnenspuikanaal. Deze dam zorgt er door middel van Selectieve onttrekking voor dat het zoute water vanuit het Noordzeekanaal terugstroomt naar zee en dat het zoete water achterblijft in het kanaal.

Collega’s André Dekwaasteniet (projectleider) en Arleen Overwater (uitvoerder) vertellen in gesprek met Rijkswaterstaat uitgebreid over onze werkzaamheden bij de Zeesluis IJmuiden.

‘Voor Selectieve Onttrekking wordt maar liefst 455.000 m³ grond gebaggerd tot een diepte van -23 NAP.
André Dekwaasteniet legt uit waarom dit nodig is: “We verdiepen het Binnenspuikanaal zodat zoutwater makkelijker de diepte in zakt richting de opening van de zoutdam. Via Zeesluis IJmuiden stroomt namelijk te veel zoutwater het Noordzeekanaal in. Dit is slecht voor de natuur en het milieu. Via de opening van de zoutdam stroomt het zoute water via het gemaal terug naar zee.”

Als de zoutdam klaar is, stroomt het zoute water door een opening op een diepte tussen -16 tot -23 meter NAP.
Om de bodem rondom de zoutdam op zijn plek te houden, brengt Van den Herik ná het baggeren 25 ha aan bodembescherming aan. “We gebruiken hiervoor 13 zinkstukken, waarvan de grootste zinkstukken een lengte hebben van 125 meter en een breedte van 30 meter. De zinkstukken worden op het land gemaakt en daarna op de bodem geplaatst”, aldus Dekwaasteniet.

De zinkstukken worden deels met de hand gemaakt.
“Ze zijn opgebouwd uit een waterdoorlatende mat, waarop we gevlochten wiepen, ook wel wilgentakken, vastknopen. De wiepen zorgen dat de mat strak blijft en blijft drijven. Als het zinkstuk op de bodem is geplaatst door er stenen op te strooien en af te zinken, brengen we nog meer stenen aan. Zo blijft het zinkstuk goed liggen”, aldus Arleen Overwater.

Lees hier hele interview

Bij het Sluizencomplex IJmuiden voeren we diverse werkzaamheden uit met betrekking tot de bouw van een zoutdam in het Binnenspuikanaal. Deze dam zorgt er door middel van Selectieve onttrekking voor dat het zoute water vanuit het Noordzeekanaal terugstroomt naar zee en dat het zoete water achterblijft in het kanaal. Collega’s André Dekwaasteniet (projectleider) en Arleen Overwater (uitvoerder) vertellen in gesprek met Rijkswaterstaat uitgebreid over onze werkzaamheden bij de Zeesluis IJmuiden. ‘Voor Selectieve Onttrekking wordt maar liefst 455.000 m³ grond gebaggerd tot een diepte van -23 NAP. De Kwaasteniet legt uit waarom dit nodig is: “We verdiepen het Binnenspuikanaal zodat zoutwater makkelijker de diepte in zakt richting de opening van de zoutdam. Via Zeesluis IJmuiden stroomt namelijk te veel zoutwater het Noordzeekanaal in. Dit is slecht voor de natuur en het milieu. Via de opening van de zoutdam stroomt het zoute water via het gemaal terug naar zee.” Als de zoutdam klaar is, stroomt het zoute water door een opening op een diepte tussen -16 tot -23 meter NAP. Om de bodem rondom de zoutdam op zijn plek te houden, brengt Van den Herik ná het baggeren 25 ha aan bodembescherming aan. “We gebruiken hiervoor 13 zinkstukken, waarvan de grootste zinkstukken een lengte hebben van 125 meter en een breedte van 30 meter. De zinkstukken worden op het land gemaakt en daarna op de bodem geplaatst”, aldus Dekwaasteniet. De zinkstukken worden deels met de hand gemaakt. Overwater: “Ze zijn opgebouwd uit een waterdoorlatende mat, waarop we gevlochten wiepen, ook wel wilgentakken, vastknopen. De wiepen zorgen dat de mat strak blijft en blijft drijven. Als het zinkstuk op de bodem is geplaatst door er stenen op te strooien en af te zinken, brengen we nog meer stenen aan. Zo blijft het zinkstuk goed liggen.” Lees het hele interview met André en Arleen op de website van Rijkswaterstaat.